Actueel

04/12/2019

Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) geeft extra aandacht aan ambulante ggz

De IGJ  besteedt dit jaar extra aandacht aan de ambulante ggz. Zij doet dat o.a. met zes gebiedsgerichte rapportages waarin de regionale samenwerking in de ambulante ggz centraal staat. Inmiddels zijn er vier regio’s onder de loep genomen: Arnhem, Friesland, Westelijk Noord-Brabant en regio Den Haag. Binnenkort volgen nog twee gebiedsgerichte rapportages.

Binnen het toezicht op de ambulante ggz onderzoekt de IGJ ook welke invloed de samenwerking in zorgnetwerken heeft op de wachtlijsten in de ggz. Zij kijkt onder andere naar de in- en uitstroom binnen de ggz. Het gaat dan bijvoorbeeld over de overdracht tussen de huisarts en de ggz. Als er duidelijke afspraken zijn over doorverwijzingen en consultatiemogelijkheden, komt de cliënt in één keer op de juiste plek. Hiermee worden onnodige wachttijden binnen de ggz voorkomen.

Samen met de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) onderzoekt de IGJ in twee of drie regio’s de inspanningen om wachttijden te reduceren. Daarbij wordt gekeken naar de kwaliteit van de geleverde (netwerk)zorg. De NZa kijkt naar de inspanningen van de zorgverzekeraar op dit gebied. Op basis van de conclusies wordt in 2020 een gezamenlijke toezichtstrategie voor andere regio’s vastgesteld.

De tot nu toe verschenen rapportages en de aandachtspunten van de IGJ bij het toezicht op de ambulante ggz zijn te raadplegen via de website van de IGJ.

 

20/11/2019

GGZ-instellingen en VGZ presenteren praktijkvoorbeelden die bijdragen aan wachttijdenreductie GGZ

Een kwaliteitsalliantie van Coöperatie VGZ met GGZ Noord-Holland Noord, GGZ Oost Brabant, Vincent van Gogh en Yulius heeft 23 goede praktijkvoorbeelden opgeleverd die leiden tot aanzienlijke wachttijdenreductie binnen de GGZ. Deze verzamelde praktijkvoorbeelden werden onlangs in de vorm van een boekje aangeboden aan staatssecretaris Blokhuis.

De lange wachttijden in de GGZ zijn een complex vraagstuk waarvoor geen eenduidige oplossing is, maar een aanpak vereist vanuit verschillende perspectieven. De wachttijdproblematiek krijgt daarom focus en aandacht van de alliantie. De betrokken partijen leerden dat ingezette interventies, ontwikkeld door zorgprofessionals, leiden tot zinnige zorg voor de cliënt. In veel gevallen met een daling van de gemiddelde wachttijd tot gevolg. Deze 23 goede praktijkvoorbeelden in het boekje zijn bedoeld om deze inzichten ook met anderen te delen. 

Bron: www.zn.nl

16/10/2019

Wachttijden derde kwartaal 2019 bekend

De kwartaalrapportages van Vektis over de wachttijden in de GGZ in het derde kwartaal 2019 zijn beschikbaar. Daaruit blijkt dat de wachttijden in de basis GGZ vrijwel overal binnen de gestelde normen vallen. Maar voor een aantal specifiek cliëntengroepen en behandelingen in de specialistische GGZ lopen de wachttijden juist op. Marloes van Es, beleidsadviseur bij GGZ Nederland en lid van de landelijke Stuurgroep Wachttijden GGZ over de trends.

Hoewel seizoensinvloeden niet helemaal zijn uit te sluiten, kan op basis van de rapportages van afgelopen kwartalen wel voorzichtig geconcludeerd worden dat het nog niet lukt om de wachttijden voor met name de specialistische GGZ terug te dringen. ‘Dat is ontzettend jammer’, stelt Marloes van Es. ‘Want wachten op een behandeling is voor mensen heel erg vervelend. Het terugdringen van wachttijden heeft voor iedereen prioriteit, maar de praktijk is weerbarstig. Dé oplossing voor het probleem bestaat niet.’

Verhoogde instroom

Het totaal aantal patiënten dat GGZ-zorg ontvangt is tussen 2012 en 2016 elk jaar gestegen, zo becijferde KMPG en Vektis in juni 2018 in opdracht van het ministerie van VWS (Monitor Generalistische Basis GZZ). De stijging bedroeg in 2016 zo’n 4%. Schattingen van de verhoogde instroom voor 2018 en 2019 liggen ook rond de 4%. De verhoogde instroom is bijna net zo veel als het aantal mensen dat al op de wachtlijst staat. ‘Het betekent dat er jaarlijks zo’n 30.000 mensen met een hulpvraag bijkomen en dat we zonder deze verhoogde instroom de wachtende mensen voor veel aandoeningen binnen de norm in behandeling hadden kunnen nemen’, stelt Marloes van Es. ‘We zien dat de wachttijden met name oplopen in de specialistische GGZ. Dat zijn meestal intensieve, langdurige trajecten, waarmee veel inzet van personele uren is gemoeid. Tegelijk zien we ook dat de toestroom bij de huisartsen van mensen met een GGZ-vraag toeneemt.’

Hoe deze toestroom is te verklaren blijft vooralsnog onduidelijk. Er kan een veelvoud aan factoren aan ten grondslag liggen, zoals een verhoogde maatschappelijke druk, meer openheid rondom GGZ-gerelateerde klachten en laagdrempeliger voorzieningen. De uitdaging is om samen met regionale verwijzers en partners de instroom van hulpvragende cliënten in de regio onder de regionale invloedssfeer te krijgen. Het is juist toe te juichen dat meer mensen zich met psychische klachten melden bij de huisarts. Het is de kunst om ze dan de juiste zorg op de juiste plaats te bieden.

Oplossingen

Met de krappe arbeidsmarkt in de zorg is het niet eenvoudig om zomaar de behandelcapaciteit bij GGZ-aanbieders te vergroten / uit te breiden. ‘Oplossingen om wachttijden terug te dringen, zullen vooral moeten komen uit zaken als minder administratie, slimmer organiseren van processen en optimaal benutten van behandelcapaciteit in de regio’, zegt Marloes van Es. ‘Denk aan taakherschikking, betere samenwerking in de regio en met de verwijzende huisartsen en gepast gebruik. Dus ook niet doorbehandelen als het niet nuttig is. Maar ook door het aanbieden van andere behandelvormen en een betere samenwerking met andere vormen van zorg en ondersteuning is winst te behalen. De regionale taskforces zijn opgericht om dat in de praktijk vorm te geven.’

Tegelijkertijd is het een illusie om te denken dat daarmee in een klap alle problemen zijn opgelost. ‘Het is een zeer ingewikkeld probleem’, beaamt Van Es. ‘Het vraagt om een aanpak op vele terreinen, waarbij zich steeds weer nieuwe vraagstukken voordoen. Zo kan een betere doorstroming van cliënten bijvoorbeeld ook weer leiden tot een grotere toestroom, waardoor de wachttijden niet substantieel afnemen. We zien dat ook terug in de rapportages, waaruit blijkt dat de knelpunten in een regio per kwartaal behoorlijk kunnen verschillen. Zorgaanbieders in de regio werken er echt ontzettend hard aan en zijn zeer gemotiveerd om het probleem aan te pakken en binnen de grenzen van hun kunnen de wachttijden terug te dringen. Want iedere cliënt die lang moet wachten is er een te veel.’

Verschillen

De rapportages over het derde kwartaal van 2019 laten zien dat er aanzienlijke verschillen bestaan tussen regio’s. Die zijn niet altijd direct te verklaren uit de manier van werken van de betrokken partijen in de betreffende regio. De demografische samenstelling van een regio speelt een belangrijke rol, net als de verschillen tussen platteland en stedelijk gebied. Met name in de grote steden doet zich een stapeling aan problemen op meerdere leefgebieden voor bij cliënten, die een om integrale ondersteuning op meerdere terreinen vraagt, op lokaal niveau. Samenwerking in het sociale domein is ook een sleutel voor het beter en sneller helpen van deze cliënten en kan meer ruimte creëren in de tweedelijns GGZ.  De ondertekening van het hoofdlijnenakkoord ggz door de gemeenten is van essentieel belang om bijvoorbeeld hard te gaan werken aan het beschikbaar komen van betaalbare woningen. Ook het invullen van de bekostiging van de consultatiefunctie, zodat ook wijkteams eenvoudig een specialistische behandelaar even kunnen laten meekijken met een vraag in plaats van de patiënt op de wachtlijst zetten, kan behulpzaam zijn bij het verminderen van de wachttijden.

Uitwisselen en stimuleren

‘Als stuurgroep blijven we er alles aan doen om samenwerking in de regio te stimuleren’, zegt Marloes van Es. ‘Door kennis delen te faciliteren, goede voorbeelden te verspreiden en door de samenwerking in een aantal regio’s een extra impuls te geven met een versnellingsprogramma. Want de sleutel tot het terugdringen van de wachttijden ligt in de regio, daar zijn we van overtuigd.’

Bekijk hier de rapportages van Vektis over het derde kwartaal:

Kwartaalrapportage wachttijden GGZ Q3 2019

Regiorapportage wachttijden GGZ per instelling Q3 2019

25/9/2019

Actieplan 2.0: Nu concreet maken

De wachttijden in de GGZ zijn nog niet opgelost. In het gezamenlijke actieprogramma van GGZ Nederland, Zorgverzekeraars Nederland, MIND en Meer GGZ zijn de afgelopen maanden in vrijwel alle regio’s Taskforces gevormd, waarin partners afspraken hebben gemaakt om de wachttijden terug te dringen. Daarbij zijn veel creativiteit, enthousiasme en goede ideeën vrijgekomen. Maar er zijn ook nog steeds zorgen: de wachttijden zijn nog steeds te lang en niet overal komt de samenwerking goed van de grond. Guus van Bork, beleidsadviseur en namens ZN lid van de stuurgroep, vertelt over de inzet voor de komende maanden.

Er ligt nu een actieplan 2.0. Waarin verschilt dat van het eerste actieplan?

‘De afgelopen periode lag de nadruk op het stimuleren van die regionale samenwerking en het ontwikkelen van plannen en manieren om de wachttijden terug te dringen. Die samenwerking is vrijwel overal van de grond gekomen. We hebben de ideeën en werkwijzen met elkaar gedeeld, via de website, de nieuwsbrieven en op bijeenkomsten. Maar daarmee zijn we er nog niet. De stuurgroep wil nu dat die plannen en voornemens hun beslag krijgen in de contractering voor 2020. Daarnaast zetten we in op gerichte ondersteuning van een paar regio’s bij het door-ontwikkelen van die plannen en gaan we extra aandacht besteden aan het terugdringen van de wachttijd voor specifieke doelgroepen, zoals mensen met autisme. De aanpak daarvan blijft te veel achter.’

Om welke regio’s gaat dat?

‘We zijn nu in gesprek met zes regio’s waarvan wij als stuurgroep het vertrouwen hebben dat de basis voor de samenwerking goed is, maar die nog wel een extra steuntje in de rug kunnen gebruiken. We willen in ons versnellingsprogramma de bedachte aanpak optimaal faciliteren en samen met de regionale partijen gaan we op zoek naar de beste manier om die plannen en intenties te concretiseren. We leggen ze de vraag voor wat zij nodig hebben om resultaten te kunnen boeken. Dan gaan we bekijken hoe we daar zo snel mogelijk invulling aan kunnen geven.’

Er zijn ook regio’s waar de samenwerking maar mondjesmaat op gang komt. Wat is daaraan te doen?

‘Alle stuurgroepleden hebben een aantal regio’s “onder hun hoede”. Daar waar er naar onze inschatting onvoldoende voortgang wordt geboekt, gaan we proberen de zaak te bespoedigen. Het zijn in de meeste gevallen ook de regio’s waar de wachttijden nog niet teruglopen. We proberen het vuurtje verder op te stoken. Daarnaast zien ook het ministerie en de IGJ in de rapportages om welke regio’s het gaat. Zij zullen daar ook speciale aandacht aan besteden. Tegelijkertijd blijft het de verantwoording van de regio’s zelf, wij kunnen en willen niet dwingen. Onze taak is om hen te doordringen van de urgentie.’

Je zegt dat jullie het liefst zien dat de inspanningen om de wachttijden terug te dringen een plek krijgen in de contracten tussen zorgverleners en zorgverzekeraars. Hoe ziet dat er concreet uit?

‘In onze optiek zouden er doelstellingen en prestaties over het terugdringen van wachttijden moeten worden afgesproken in de contracten voor volgend jaar. Zorgorganisaties moeten daar reële, maar ook ambitieuze doelen voor formuleren, die haalbaar en meetbaar zijn. Zorgverzekeraars moeten dan ook de financiële kaders en ruimte bieden om dat mogelijk te maken. In goed samenspel zijn daarover heldere afspraken te maken. We hebben daarvoor ook een leidraad contractering ontwikkeld. Het belangrijkste is de gedeelde visie en de bereidheid bij zorgaanbieders en zorgverzekeraars om er samen de schouders onder te zetten. Het is niet gemakkelijk om de wachttijden te bekorten, maar ik ben ervan overtuigd dat het met een op de regio afgestemde aanpak kan.’

Wat nu als straks alle 31 regio’s die extra ondersteuning willen?

‘Dan gaan we met alle regio’s het gesprek aan over de vraag wat ze nodig hebben om die extra stap te zetten. We kunnen ze niet alle 31 de middelen bieden, maar meedenken over oplossingen kost niks extra’s. Ongetwijfeld komen er ook dan goede ideeën op tafel waarmee regio’s geholpen zijn. Dat is ook een van de kerntaken van de stuurgroep: klankbord zijn, stimuleren en waar mogelijk faciliteren, zodat in de regio’s resultaten geboekt kunnen worden. De noodzaak om resultaten te boeken blijft onverminderd hoog.’

15/9/2019

Kwartaalrapportages wachttijden GGZ 2e kwartaal 2019 beschikbaar

Vektis heeft de nieuwe rapportages over de wachttijden in GGZ in het tweede kwartaal van 2019 opgeleverd. De diagnosegroepen met de langste wachttijden, en een gemiddelde totale wachttijd van 14 weken of meer zijn:

  • pervasieve stoornissen (20 weken totaal)
  • persoonlijkheidsstoornissen (19 weken totaal)
  • eetstoornissen (15)
  • aandachttekort en -gedrag (15)
  • restgroep diagnoses, andere aandoeningen (14 weken).

Ook nu zijn de cijfers gespecificeerd naar regio en afgezet tegen het landelijk gemiddelde. De rapportages vindt u hier. 

Factsheet Wachttijden: kernbegrippen en goede voorbeelden in één document

De wachttijden in de geestelijke gezondheidszorg krijgen voortdurend aandacht. Maar wat houden de Treeknormen in? En hoe worden de wachttijden nu precies berekend? En hoeveel mensen wachten er op gespecialiseerde ggz?

De antwoorden op deze – en andere – vragen heeft GGZ Nederland in de factsheet Wachttijden overzichtelijk bij elkaar gezet. Bovendien zijn initiatieven om wachttijden terug te dringen van de leden van GGZ Nederland toegevoegd. Voorbeelden van hoe hard er gewerkt wordt om patiënten zo snel mogelijk de zorg te geven die ze nodig hebben. Lees de factsheet hier.