De stemmen in de Stuurgroep

De Stuurgroep bestond uit vertegenwoordigers van negen verschillende branche- en belangenpartijen die elk een eigen visie of perspectief in brachten. Dit leidde tot samenwerking op landelijk niveau aan uitdagingen die in de praktijk een belemmering vormden voor de wachttijden. Elke stem aan tafel heeft een eigen belang en waarde gehad. Ze lichten zelf toe hoe zij dat zien, wat ze hebben kunnen bijdragen en hoe zij verder gaan werken aan de toegankelijkheid in de ggz.

MEERGGZ, voorzitter Marjolijn Vreeswijk: “Wat in de behandelkamer werkt – en wat niet – moet leidend zijn in beleid. Wat is in de praktijk te tijdrovend of onvoldoende helpend? Die toets met de praktijk was belangrijk en brachten wij in bij de Stuurgroep. Tegelijkertijd heeft de Stuurgroep ons veel gebracht. We hebben de banden met andere partijen versterkt, elkaars perspectieven beter leren kennen en samen gebouwd aan regionale samenwerking. Onze leden merken dat concreet: de netwerken in de regio’s zijn aangejaagd, de informatievoorziening via de monitor geeft inzicht in hoe het er echt voor staat en gesprekken met financiers worden beter onderbouwd. Voor ons blijft toegankelijkheid een speerpunt. In de Mentale Gezondheidsnetwerken blijven we inzetten op kennisdeling, betere verwijzing en het monitoren van de effectiviteit van zorg – zodat we samen blijven werken aan de juiste zorg op de juiste plek.”

Sociaal Werk Nederland, Adviseur domein-overstijgende samenwerking Rens van Oosterhout: “Vanuit Sociaal Werk Nederland hebben wij in de Stuurgroep de praktijk van het sociaal domein ingebracht: wat speelt er in wijken en buurten, wat kan daar worden opgevangen en waar is echt specialistische ggz nodig? Die verbinding tussen zorg en sociale basis was essentieel. De Stuurgroep heeft ons geholpen om de banden met ggz-partijen, huisartsen en financiers te versterken en samen te bouwen aan regionale samenwerking. Onze achterban merkt dat concreet: netwerken zijn aangejaagd, de regiomonitors geven inzicht in hoe het er werkelijk voor staat en het sociaal domein wordt vaker structureel betrokken bij gesprekken over toegankelijkheid. Voor ons blijft de inzet helder: blijven investeren in sterke regionale netwerken, betere toeleiding en kennisdeling, zodat mensen zo vroeg mogelijk passende ondersteuning krijgen – dichtbij huis en waar mogelijk buiten de wachtlijst.”

LHV, (+Ineen) Senior Beleidsadviseur Jelly Hogendorp: “Huisartsen ervaren dagelijks wat lange wachttijden betekenen voor patiënten én voor hun eigen verantwoordelijkheid. In de Stuurgroep konden we dat perspectief agenderen en werken aan betere samenwerking rond verwijzen. Dat vraagt om uitleg, afstemming en duidelijke afspraken – en de stuurgroep bood daarvoor een belangrijke gesprekstafel. Door elkaars rollen en perspectieven beter te leren kennen, ontstond ruimte om concrete oplossingen te ontwikkelen. Een tastbaar resultaat is dat in alle regio’s overlegstructuren rond wachttijden zijn opgezet, waar de Mentale Gezondheidsnetwerken nu op voortbouwen. Ook de interactieve kaart met contactpersonen in de regio heeft huisartsen geholpen om sneller de juiste lijnen in de ggz te vinden. De samenwerking die landelijk is opgebouwd, krijgt nu regionaal verder vorm – want elkaar kennen en vertrouwen blijft de basis om mensen sneller op de juiste plek te helpen.”

LVVP, beleidsmedewerker Aty Palsenbarg: “Vanuit de LVVP hebben wij ons sterk gemaakt voor de aansluiting van vrijgevestigde psychologen en psychotherapeuten bij de regionale samenwerkingsinitiatieven. Vrijgevestigden leveren ongeveer 20% van het ggz-aanbod, maar zijn door hun verspreide ligging en kleinschalige karakter – wat inherent is aan het vrijgevestigd zijn – niet altijd vanzelfsprekend betrokken bij regionale overlegstructuren. In de Stuurgroep hebben we daarnaast de problematiek rond omzetplafonds nadrukkelijk geagendeerd en het effect daarvan op wachttijden zichtbaar gemaakt. Dat heeft mede bijgedragen aan het wegvallen van de omzetplafonds voor vrijgevestigden. Dankzij de inspanningen van de LVVP in de regio’s – onder meer via lunchoverleggen, regiopagina’s en de inzet van versnellers – zijn vrijgevestigden beter aangesloten en weten zij elkaar ook onderling beter te vinden. Die betrokkenheid blijven we stimuleren, al vraagt dat ook om een oplossing voor de financiering van hun regionale inzet, zodat samenwerking niet ten koste gaat van behandelcapaciteit.”

De Nederlandse GGZ, Lemke Klasing: “Wachttijden zijn niet het probleem van één organisatie, maar vragen om gezamenlijke verantwoordelijkheid van aanbieders, huisartsen, gemeenten en verzekeraars. De Stuurgroep heeft geholpen om die samenwerking concreet te maken, onder meer via regionale overlegstructuren, transfermechanismen en het delen van goede voorbeelden. De Regiomonitor gaf daarbij inzicht in waar knelpunten zitten en waar regio’s van elkaar kunnen leren. Die gezamenlijke aanpak krijgt nu een vervolg binnen de Mentale Gezondheidsnetwerken. Samen blijven we werken aan passende zorg, betere door- en uitstroom en een toegankelijkere ggz voor iedereen die dat nodig heeft.”

ZN, Beleidsadviseur GGZ, Marieke Vonk: “De Stuurgroep verbindt wat regionaal werkt met wat landelijk nodig is. Met de regiomonitoren en praktijkoplossingen uit Weg van de wachtlijst, stimuleren we samenwerking, maken we inzichtelijk waar het knelt maar ook beschikbare capaciteit beter vindbaar—zodat mensen sneller op de juiste plek komen. In de Stuurgroep hebben wij ons gericht op het vertalen van inzichten naar concrete acties in zorgbemiddeling en inkoop. Daarbij lag de nadruk op meetbare resultaten: betere door- en uitstroom, optimale benutting van capaciteit en het wegnemen van belemmeringen in governance en data die wachttijdreductie in de weg staan. De Regiomonitor bood hiervoor een belangrijk landelijk kader, waarmee regio’s hun voortgang en knelpunten zichtbaar konden maken en het gesprek konden voeren op basis van feiten. De landelijke structuren die in de Stuurgroep zijn ontwikkeld – zoals transfermechanismen en overleg over complexe casuïstiek – zijn inmiddels verankerd in de Mentale Gezondheidsnetwerken. Ook de komende periode blijven wij samen met veldpartijen werken aan verdere implementatie, onder meer via proactieve zorgbemiddeling en beter inzicht in wachttijden middels de retrospectieve wachttijden.”

VNG, Adviseur ggz/mentale gezondheid directie Inclusieve samenleving, Ellen Krijnen: “De betrokkenheid van de VNG bij de stuurgroep wachttijden lag in de rol die sociaal domein professionals in regio’s en gemeenten kunnen spelen in preventie van mentale problemen en in de ondersteuning van het herstel wanneer iemand uit behandeling komt. In de regio’s dragen gemeenten bij via Mentale Gezondheidsnetwerken, ondersteuning tijdens wachttijden, zoals initiatieven als de WachtVerzachter, en het organiseren van laagdrempelige steunpunten en inzet van ervaringsdeskundigheid. Daarmee versterken we de sociale basis en voorkomen we dat zwaardere zorg onnodig nodig is of langer duurt dan wenselijk. Voor gemeenten is duurzaam toegankelijke zorg alleen mogelijk als zorg en sociaal domein goed op elkaar aansluiten en gezamenlijk optrekken vanuit gezondheid als vertrekpunt. Die samenwerking is ook verankerd in het IZA en het AZWA. Daarom blijven gemeenten investeren in sociaal verwijzen, Mentale Gezondheidsnetwerken en een landelijk dekkend netwerk van laagdrempelige steun, zodat inwoners tijdig passende ondersteuning krijgen.”

MIND, Beleidsadviseur & coördinator IZA/AZWA, Aukje Eggenhuizen: “MIND heeft sinds 2017 deelgenomen aan de Stuurgroep Wachttijden om het belang van de cliënten met psychische problematiek en diens naasten in te brengen. Door de stuurgroep kwamen we in gesprek met de aanbieders, de professionals, de overheid en de zorgverzekeraars. Met de opdracht samen te zoeken naar oplossingen. Dit heeft ertoe geleid dat partijen kennis en inzichten met elkaar deelden, dat meer transparantie over de wachttijdcijfers werd geboden en dat op regionaal niveau de samenwerking op gang kwam in de vorm van regionale taskforces. Ook werden transfermechanismen in de regio ingevoerd om daarmee de vrije productie- en contractruimte in de regio optimaal te benutten. Zo ook het mechanisme van Regionale Doorzettingsmacht (RDM) om cliënten niet tussen wal en schip te laten vallen. De wachttijd in Nederland is voor een deel van de mensen met psychische problematiek of mentale problemen nog steeds te lang ondanks de afspraken die we met elkaar maken. Als MIND zijn we bezorgd over de effecten van wachten op de mentale gezondheid van mensen.”  

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email